
Toen zei David tegen Natan: ‘Ik heb tegen de HEER gezondigd.’
Natan antwoordde: ‘Dan heeft de HEER u deze zonde vergeven: u zult niet sterven.'
Dat zijn de eerste twee stappen:
- biecht
- vergeving
Maar daarmee is de kous niet af: David had berouw.
Hij bleef bidden en vasten.
"Mijn zonde is mij steeds voor ogen.", zingt hij in zijn 50e Psalm.
En dat is de derde stap:
- berouw
Als David houden wij ons de begane en reeds vergeven zonden steeds voor ogen.
